‘Vluchteling confronteert ons met onze levensstijl’

De bootvluchteling is meer dan een vluchteling, hij of zij is allereerst en allermeest een mens. De intrinsieke waardigheid van het menselijk leven is in het geding. Daarom moeten we onze verantwoordelijkheid nemen.

Opinieartikel gepubliceerd in RD, 24 juni 2015

Het was een eind lopen en het was warm. Dat is wat ik me her­inner van een wandeling van het gehucht Eftalou naar het stadje Molyvos. Het was in de zomer van 2010. Ik was samen met mijn vrouw op verlate huwelijksreis naar het Griekse eiland Lesbos. Een eiland dat je normaal gesproken alleen kent als je er geweest bent.

Lésbos 2010 (101)

Tegenwoordig kun je dit eiland ook zomaar in deze krant tegenkomen in een verslag of op een foto. Lesbos past in het rijtje Lampedusa, Sicilië en Kos: Europese eilanden waar bootvluchtelingen aankomen. Soms aanspoelen. Voor een beter leven wagen ze hun leven. Het verschil tussen leven en dood kan niet kleiner.

Zo ook in Eftalou, de plaats waar wij vijf jaar geleden verbleven. Eftalou ligt in het noorden op het eiland. Precies op het strand waar wij zaten, komen nu bootvluchtelingen aan. Ik heb foto’s van Europese persbureaus voorbij zien komen van dat strandje. Het is confronterend en het vervult mij met schaamte. De vluchtelingen gaan vervolgens lopend naar Molyvos, een stadje een paar kilometer daarvandaan. Om vervolgens ook weer lopend naar de hoofdstad van het eiland te gaan, 60 kilometer verderop. Wie weleens in de zomer in Griekenland is geweest, weet hoe warm het daar kan zijn. Geen pretje, ook niet voor de toerist.

Pijn

Dagelijks (!) komen honderden vluchtelingen met bootjes aan op de Griekse eilanden. Voor vluchtelingen is niets geregeld, aldus de Stichting Vluchteling. De directeur van deze stichting, Tineke Ceelen, ging onlangs naar het eiland op werkbezoek. Twee citaten: „Een moeder drukte haar zoontje in mijn armen. Terwijl zij de kletsnatte kleren van haar klappertandende dochtertje uittrok, stripte ik de bibberende baby. Vrijwilligers deelden luiers, oude kleding en warme thee uit. Uit eigen zak betaald. Van overheidswege gebeurt er niets om te helpen.” En: „Het vluchtelingenkamp is het slechtste dat ik ooit zag. Er ligt overal afval, maar ook diarree en poep. De wc’s in het kamp zijn kapot, en ruiken zo erg dat je niet eens in de buurt kunt komen. Er zijn 2 douches, voor ruim 2000 mensen.” Het is ten hemel schreiend. De flashback doet pijn. Niet alleen omdat er berichten opduiken over toeristen die klagen over horizonvervuiling. De vluchtelingen zijn lastig, ze veroorzaken overlast en zijn gevaarlijk, heet het. Bootvluchtelingen zouden de vakantie bederven. Het toerisme lijdt eronder. Voor de hebzucht is de roep om gerechtigheid maar lastig. Het feest moet doorgaan.

Maar het is meer dan dat. Het voelt ook als de confrontatie met mijn levensstijl. Paspoort versus anonymus. Resort versus karton. Gearriveerd versus bestemming onbekend. Tweeduizend euro versus 10 dollar. Het is luxe versus armoede op dezelfde plek.

Lésbos 2010 (213)

Ik schaam me ervoor. Want het leven, zowel van de bootvluchteling als van mij, is een geschenk, een gave, een geheim. Het leven zelf is de moeite waard – dat was toch ook een van de ontdekkingen van de reformatorische en puriteinse traditie? De Canadese filosoof Charles Taylor noemt dat in ”Sources of the Self” „de bevestiging van het gewone leven” door „zowel onszelf als anderen [te] dienen omdat zowel wij als zij in gelijke mate mensen en schepselen van God zijn.”

Eerlijk verdelen

Het lijden in deze wereld is Gods megafoon om ons wakker te schudden, zo luidt een bekend citaat van C. S. Lewis. Wat doen wij eraan om de slechte tijden beter te maken? Een paar suggesties.

1. Waar we volgens mij voor moeten oppassen, is dat vluchtelingen tellers worden zonder noemer. Dat we uitsluitend in geopolitieke termen over de problematiek spreken. ”Opvang in de regio” is de politiek correcte term. Blij ben ik met de uitspraak van CDA-Europarlementariër De Lange, die aangaf dat Europa meer is dan economie alleen.

In navolging van haar zeg ik: Deze mensen zijn meer dan vluchteling. Deze mensen kozen er niet voor om in het bootje te stappen, ze móésten wel. De intrinsieke waardigheid van het menselijk leven is in het geding. Laten we alert zijn op de woorden die we kiezen en de morele dimensie van de problematiek in het oog houden.

2. Durven wij de vluchtelingen van vandaag te zien als de medeburgers van morgen? Deze indringende vraag plaatst ons voor een dilemma. We zullen bereid moeten zijn om onze welvaart te delen. Streven dus naar een eerlijke(r) verdelen van middelen. Werken aan universele (en goede!) basiseducatie en het uitbannen van extreme armoede, zoals opgenomen in de millennium­doelstellingen.

Lésbos 2010 (224)

3. Onze persoonlijke inzet moet totaal zijn. Als hij dat niet is, is hij waardeloos, zo schreef de eerder aangehaalde Taylor. Zijn we niet allemaal te gast op aarde? Welke vreemdeling zou een vluchteling de deur wijzen? Waarom hoor ik zo weinig hierover in onze kerken? Zouden juist wij niet gastvrijer moeten zijn en onze gezinnen en gebouwen moeten openstellen om vluchtelingen op te vangen?

De mens draagt het ”imago Dei”, het beeld van God. De bescherming van het zwakke en kwetsbare komen we ruimschoots tegen in het Oude Testament. Hoe gaan we nu om met de wees, weduwe en vreemdeling? Het zijn engelen die we onwetende kunnen herbergen. Gastvrijheid is meer dan geld doneren aan een non-profitorganisatie. Ga daarom kritisch om met luxe – het is brood dat niet verzadigt. Bestrijd armoede, uitbuiting en ongelijkheid waar mogelijk. En bid voor de vluchtelingen en hulpverleners.

 De auteur werkt bij de HGJB en is actief voor het CDA.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *