Reflecteren is goed, delen is beter

Regelmatig klinkt de roep om reflectie. Het zou ons kunnen helpen om los te komen van heersende conventies en een richting kunnen wijzen als het gaat om goed en kwaad. Het klinkt in het onderwijs, studenten reflecteren zich suf, maar ook filosofen en columnisten stippen het regelmatig aan, bijvoorbeeld als het gaat om ethiek en moraal.

Reflectie heeft alles te maken met de visie op de mens en de cultuur. Ga je met de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) uit van een goedaardige menselijke natuur, dan ontstaat er wellicht frictie met begrippen als countervailing power (een term die in de bancaire sector wordt gebruikt voor tegenmacht).  Ben je met kerkvader Augustinus (354-430) wat terughoudender in het hoog opgeven over de mensheid, dan zijn krachtige maatregelen en goed bestuur nog niet eens zo gek. Het is de klassieke strijd tussen orde en vrijheid, conservatief en liberaal. Maar actueel, want in veel Kamerdebatten gaat het over de vraag wat de rol van de overheid is en hoe verschillende belangen (van een individuele columnist tot een soevereine staat als Verenigd Koninkrijk) met elkaar te rijmen zijn.

Reflecteren als individueel proces, waarbij je voornamelijk op jezelf reflecteert, heeft een keerzijde want wie reflecteert op de reflector? Wie ziet toe op de toezichthouder? Reflectie op ons economisch, maatschappelijk en sociaal handelen is niet alleen maar een individueel proces, want voor de een is iets wel acceptabel gedrag, terwijl de ander het gedrag resoluut afwijst. Neem de hoge salarissen van voetballers: de een zal betogen dat het salaris een kwestie is van vraag en aanbod, een economisch proces, de ander zal wijzen op de maatschappelijke verantwoordelijkheid en het gemeenschapsgeld dat erbij betrokken is. De opvatting over goed en kwaad maken we niet alleen op individueel niveau, maar ook als samenleving in het geheel. Zo kijken we nu heel anders naar homoseksualiteit, dat tot 1971 strafbaar was in Nederland. En rond het millennium werd hoog opgegeven van bepaalde financiële producten en diensten, waar we sinds Lehman Brothers anders over denken. Reflectie is niet zaligmakend bij het bepalen van wat goed en kwaad is, ook de meerderheid kan zich vergissen.

Met wetgeving dwing je geen moraal af. Wetgeving in westerse landen loopt altijd achter op het maatschappelijk sentiment. Neem daarbij de hijgerigheid van Kamerleden die om het minste of geringste een spoeddebat aanvragen en het liefst vandaag nog nieuwe wetgeving invoeren. Maar al te vaak wordt de naleving en handhaving over het hoofd gezien, alsof de wereld er opeens anders uitziet. We constateerden bij schandalen, ook in de financiële sector, dat wetgeving een waterbedeffect kan sorteren. Zoals je het strafrecht kunt zien als het ultimum remedium (laatste redmiddel), is wetgeving het sluitstuk, maar zeker niet het punt waar de samenleving ontstaat. Dat is nog altijd het maatschappelijk debat, wat thuis aan tafel in het klein begint.

Het debat over wat goed en kwaad is, behoren we niet bij de rechter te voeren maar in het maatschappelijke debat. Of nog concreter: in de oudercommissie en tijdens de aandeelhoudersvergadering. Dat vereist transparantie vanuit bestuur en directie. Durven zij zich kwetsbaar op te stellen? Nemen zij de commune voldoende serieus? Mooi dat in het woord corporate het latijnse woord corpus, lichaam, zit. Een bedrijf wordt belichaamd door mensen!

De Amerikaanse socioloog Amitai Etzioni (*1929) heeft in dit verband gewezen op het belang en de kracht van een gemeenschap. In een lang citaat stelt hij dat een gemeenschap is ‘netwerk [is] van affectief geladen betrekkingen’ die een binding heeft met ‘een verzameling gemeenschappelijke waarden’. In die gemeenschap vinden discussies plaats over wat wel wenselijk en wat niet wenselijk is. Want, in de woorden van Etzioni: ‘De gemeenschap biedt een normatieve grondslag, een startpunt, cultuur en traditie, kameraadschap en een plaats voor morele dialoog. (…) Deze dialogen kunnen een gemeenschap helpen om gemeenschappelijke bindingen bloot te leggen die door variaties in formulering of interpretatie uit het zicht zijn geraakt, of helpen om verschillen te verwerken in verband met implicaties en toepassingen van waarden die al gemeenschappelijk zijn.’ Waar het pleidooi van Etzioni op neer komt is dat we het gesprek over goed en kwaad moeten aangaan. De vraag naar de ‘goede dingen’  moet inderdaad gesteld worden. Maar doen we de goede dingen ook goed? Dat is namelijk paragraaf twee. En wat goed is voor wie, verschilt nogal: directie (kostenreductie), aandeelhouder (winstmaximalisatie) en consument (productoptimalisatie)? Het gesprek hierover is waardevol, zeker als de commune erbij betrokken wordt en belangen gedeeld worden. Dat laatste in letterlijke zin: deel je droom, belang, doel. Als je het niet doet, kan een ander er ook niet op aanhaken. Ik kijk hoopvol naar de nieuwe generatie, die, naar ik waarneem, meer denkt in termen van delen dan in termen van hebben; zich niet blind staart op omzet, maar gaat voor impact en voor wie controle goed is, maar vertrouwen beter.  Reflectie is goed, delen is beter.

Hans Alderliesten (1987) is voorzitter van de CDA-afdeling in Gouda. Hij is werkzaam in het jeugdwerk.
Deze tekst is ook gepubliceerd op ChristenDemocraat.nl