Imposant [De Problemist 75/2: 55-56]

ABSTRACT – In deze aflevering ga ik op zoek naar het geluid van een probleem en filosofeer ik over het akoestische karakter van damproblemen aan de hand van een onlangs verschenen cd. Over spookachtige motieven, harmonie en belevingseconomie: “Men hoort het graag.”

Het bezien van een dambord is te vergelijken met het binnentreden van een Kathedrale Basiliek.  Naar mate je langer binnen bent, valt je meer op. Aanvankelijk zag je de schijven grosso modo verdeeld over het bord, een paar randschijven, de kroonschijf, welk verband is er te ontwaren? Zo ook in een Basiliek. Na de eeuwenoude en loodzware deuren opzij geschoven te hebben, wordt u verwelkomt door zachte tonen en weldadige wierookgeuren. Wat de organist (in vroeger tijden schreef men ‘orgelist’) speelt, is nog onduidelijk, maar het klinkt goed. Het geluid van een inkomend appje is hinderlijk – u wel eens opgevallen dat wij in een tijdperk vol herrie leven? Bijna overal klinkt muziek. Het probleem van de mensheid is dat we slecht tegen stilte kunnen. De Franse wiskundige en filosoof Blaise Pascal (1623-1662) doelde hierop toen hij schreef over verveling: een mens kan nauwelijks een half uur alleen in een afgesloten kamer verblijven (Pensées, gedachte 136).

Imposant

Geluidloos is deze bijdrage niet. En toch ook weer wel, want papier is een stil medium. Toch zou het zomaar kunnen dat u nu een fietsbel hoort, omdat ons brein aan imagineering doet. Inderdaad, categorie ‘u mag niet aan een roze olifant denken’.  De grenzen van de taal zijn de grenzen van de wereld, niets meer, niets minder. Als organist van kerken in Reeuwijk en Sluipwijk moet ik mij bescheiden opstellen, maar het is niet toevallig dat ik u de Kathedrale Basiliek van Sint Jan te ’s-Hertogenbosch liet binnenwandelen. Vorig jaar nam de organist-titularis van deze kerk, Véronique van den Engh, er de prachtige cd ‘Imposant’ op. Ik complimenteer vanaf deze plaats de speelster met de prachtige cd. Van den Engh speelt fraaie stukken uit Duitsland, Frankrijk en Nederland op het machtige instrument. Wie dat orgel onder zijn vingers heeft, is een gezegend mens. Warme klanken, een strak plenum, zachte registers, massieve combinaties, dit orgel heeft het in zich.

In het fraaie booklet dat bij de cd is gevoegd beschrijft Van den Engh op enthousiasmerende wijze over het orgel en de stukken. “Ik werd gegrepen door deze Passacaglia [van Max Reger, die ik verderop nog zal citeren, aJ] toen Gisbert Schneider het in 1981 speelde bij een concert (…) te ’s-Hertogenbosch, waarbij ik registreerde. Zó imposant en indrukwekkend klonk het, dat het belandde op mijn lijst van stukken die ik per se ooit wilde kunnen spelen. Vanaf dat moment speel ik het met grote regelmaat, waarna ik vaak reacties van mensen krijg, die dan min of meer hetzelfde ervaren als ik indertijd. Mooi om dat gevoel aan mensen mee te kunnen geven.” Zoiets geldt ook voor dammers. Wellicht herinnert u zich een clubavond of een toernooi dat een collega-dammer een bepaalde stand opzette. Wie zich niet meteen stortte op de ontrafeling, keek wellicht met jaloerse blikken naar de collega-dammer. Een staP1050912nd vanuit het niets op het bord kunnen zetten en het publiek vervolgens entertainen met een attractieve oplossing, dat wil ik ook! Experience economy in een notedop. Dergelijke standen staan vaak op de binnenpagina van een damboek en worden opgevoerd als exempels om de sport in de breedte te promoten. Diagram 1 is er een van. Het boek heet  Het Damspel en de auteur van het boek luistert naar de (mooie, maar dat mag je over een naam niet zeggen, want niemand koos voor zijn eigen naam) Gaëton Gagnon. De naam van de problemist op wiens naam het staat is Gérard Lefebvre. Of de ontrafeling imposant is, laat ik aan u over, maar ‘kunnen spelen’ en ‘gegrepen’ zijn zeker van toepassing.

Tempi

Geen orgelcd is compleet zonder een stuk van Johann Sebastian Bach. Ik ‘geloof’ sinds mijn jeugd in Bach en een van mijn motto’s is: geen dag zonder Bach. “Anfang und Ende aller Musik,” zo zei Max Reger over Bach. Wie muziek zegt, zegt Bach. Ik waag mij hier niet aan een bespreking van het Bach-werk, want, zo weten kenners onder ons, geef tien mensen een stuk van Bach en je krijgt tien versies gepresenteerd. Eigenlijk weten we niet goed hoe Bach het zelf uitvoerde. Hoewel er de laatste jaren door gedegen onderzoek steeds meer bekend wordt over de uitvoeringspraxis, blijft bijvoorbeeld het tempi, een term die we in de damsport ook kennen, onbekend. Hoge tempi lijken ‘in’, maar hoe snel Bach het zelf speelde, weten we eigenlijk niet. Als het voorzetsel ‘te’ er aan te pas moet komen, is er meestal iets meer aan de hand. Dat geldt ook voor ‘te’ traag. Of het ‘te’ is, laat ik in het midden, maar het geldt in elk geval voor een ander stuk dat Van den Engh heeft opgenomen: de Toccata in B-mineur van Eugène Gigout. Van den Engh speelt de Toccata enigszins langzaam. Een virtuoos, fantasieachtige compositie vraagt om een stevige aanpak. Dit zien we ook in diagram 2, een recente compositie van Ton Sijbrands. Het probleem van Sijbrands faalt (op 42-38, 9-13 wint 32-27! jammerlijk niet in verband met de damafname 11-16, hoewel de slagwending fraai is) – hoewel het fraai is dat hij dit fragment heeft ontleend aan een partij tegen Ton Eekelschot uit de recente wereldrecordpoging blindsimultaan.

Spookachtig

Na dromen en durven komt doen. Op de cd speelt Van den Engh de Toccata uit de Suite Gothique van de Franse componist Léon Boëllmann. Het is bekende orgelliteratuur uit de Frans-Romantische orgelschool. Veel gespeeld en veel geprezen. Gedurfd om deze op te nemen – er zijn legio orgelcd’s met dit stuk. In het bouklet schrijft de Bossche speelster over deze fabuleuze compositie:  “Een spannend, bijna spookachtig, motief in het pedaal.” Zowel voor de toccata als voor diagram 3 geldt hetzelfde: de eerste indruk is bepalend. In milliseconden hebben we onze afwegingen gemaakt. Veelal vaag, maar we weten welke kant het op gaat. Categoriseren hebben we geërfd van onze voorouders, zo willen hedendaagse biologen ons doe geloven. Onze voorouders moesten snel kunnen inschatten of ergens een gevaar in schuilde of niet. Daarom delen we in en hebben we moeite met hen die niet in te delen zijn. Diagram 3, een bekende compositie van Riso, is in dit opzicht het prototype: actie gewenst! Na dromen en durven komt doen. We zien de winst wel ergens, maar hoe? De puristen onder ons treuren om de in esthetische zin weinig verheffende slotstand.

Geniet

Uiteindelijk gaat het om de harmonie. Volgens het woordenboek betekent het ‘overeenstemmig’ en ‘aangenaam klinkende vereniging van tonen’. Het is goed om dit soort woorden te proeven: over – een – stemmig. Het komt overeen. Klinkt samen. Vereniging van tonen. Samensmelting. Door elkaar, maar toch ordelijk. Harmonieus. Zo gaan wij met elkaar om. Zo gaat de problemist met de oplosser om. Een damprobleem is als een bus waar de oplosser in stapt, het passeert verschillende stations, is op weg naar de bestemming, maar de passagier kan onderwijl besluiten uit te stappen. Een muziekstuk is een reis. In de woorden van Van den Engh, over Premier Choral van Hendrik Andriessen: “Men hoort het graag, geniet en is altijd onder de indruk van dit stuk.” Het lijkt wel alsof Van den Engh spreekt over diagram 4, een compositie van de Fransman Germain Avid. Ik blijf kijken en luisteren. Finesses fascineren, omdat het touche zo belangrijk is (dat geldt ook voor diagram 5, een bekende stand van [–]). Van den Engh speelt het Premier Choral overtuigend, beheerst maar met verve. Capeau! Het gaat om de juiste schijf op de juiste plaats, de juiste vinger op de juiste toets. Harmonie heeft te maken met evenwicht, balans, timing, kill your darlings. In dat opzicht verschilt een problemist niet eens zo gek veel van een orgelist.

# Luisterfragmenten

 

Bronnen

  • Dammen (Rubriek De Volkskrant), Ton Sijbrands, 7 februari 2015 (bijlage Sir Edmund)
  • Het Damspel, Gaëton Gagnon. Zutphen: Thieme (1988)
  • Imposant, Véronique van den Engh. Kampen: JQZ Productions. € 15, te bestellen via www.veroniquevandenengh.nl
  • Le problème de dames et sa technique, German Avid. Paris: La Fédération Française du jeu de dames (1959).
  • Pensées, Blaise Pascal. Amsterdam: Boom (1997).

diagrammen april 2015

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *