Bach

Gedachten bij de Matthäus-Passion

J.S. Bach, Matthäus-Passion, BWV 244 (1727)

1. Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen (koor)

De Matthäus-Passion opent met een droevig E-klein akkoord. Heel de zwaarte van het lijden is in dat akkoord vervat. Het ritme van de bassen is consistent en onheilspellend, donker en droevig. De stemmen van het koor klinken onrustig, verlangend, schreeuwerig, berustend. Wie goed luistert hoort het koor in gesprek: Ziet! Wie? De Bruidegom. Ziet! Waarheen? Op onze schuld. Veel nadruk krijgt de laatste noot: Bach opent met E-klein, maar laat dit stuk eindigen met een akkoord in E-groot, op ‘Lamm’. Alsof hij wil benadrukken: besef om wie het draait: Jezus Christus, het Lam Gods dat de zonde der wereld wegdraagt.

2. Da Jesus diese Rede vollendet hatte (recitatief)

In de Matthäus-Passion volgt Bach het lijdensverhaal van de evangelist Mattheus; beginnend bij hoofdstuk 26. Een kort recitatief waarin de nadruk valt op ‘Ostern’ en ‘gekreuziget’. Het ‘gekreuziget’ laat Bach gepaard gaan met een indringend melisme: een reeks noten op een lettergreep. Wie goed naar de noten (van ‘kreu’) kijkt, ziet er een kruis in.

3. Herzliebster Jesu, was hast du verbrochen (koraal)

Een prachtig vierstemmig koraal, zoals Bach dat alleen kon harmoniseren. Na het indringende openingskoor en de intense verbeelding van het kruis in het voorafgaande recitatief, doet dit koraal weldadig aan. De gemeente vraagt zich in het koraal af wat de ‘Herzliebster Jesu’ toch misdaan heeft. Een retorische vraag waar geen antwoord op zal volgen.

4. Da versammleten sich die Hohenpriester und Schriftgelehrten (recitatief)

Een recitatief dat nog geen halve minuut duurt, maar waarin veel gebeurd. Ik leerde dat het nuttig is om te kijken naar de hoogste en laagste noot. Onder de hoogste noten (a) de woorden ‘Prie(ster)’ en ‘Je(sum)’. Onder de laagste noot (d) ‘Pa(last)’. In het bijeenkomen van de overpriesters en schriftgeleerden klinkt haast door. Sinister klinkt het ‘mit Listen griffen und töteten’; de overpriesters en schriftgeleerden wilden Jezus met een list grijpen en vervolgens ombrengen.

5. Ja nicht auf das Fest (koor)

De samenzwering van de overpriesters en schriftgeleerden klinkt geniepig en fel. Nergens zijn ze eenparig of eensluidend, tot de laatste maat (‘Aufruhr werde im Volk’). Het klinkt als een vergadering waarin men elkaar niet laat uitspreken. Het rumoer zwelt aan, het is moeilijk om het eens te worden en opeens is het klaar.

6. Da nun Jesus war zu Bethanien

Met bijzondere intervallen (stijgende kwart en dalende sext) verbeeldt Bach ‘Simonis des Aussätzigen’ (Simon de melaatse). De woorden ‘Weib’ en ‘Haupt’ (van Jezus) krijgen een tedere behandeling.

7. Wozu dienet dieser Unrat?

Een koor vol onrust – de discipelen twisten met elkaar over de daad van Maria. Het geld voor de dure zalf had beter aan de armen besteed kunnen worden. Opvallend is de lange noot voor de tenor en sopraan op ‘Armen’ (hier geen melisme). Het ‘wozu’ krijgt een dubbel accent: ‘wózu’ (eerst een hoge noot, dan een lage noot) en ‘wozú’ (een lage noot gevolgd door een hogere). De leerlingen zijn zo druk met de armen dat ze Christus en Maria vergeten.

8. Da das Jesus merkete

Opvallend is de hoge sprong op ‘Arme’ (verminderde septime): laat Bach hier Jezus parodiëren op het verweer van de discipelen? Het ‘begraben wird’ wordt figuurlijk weergegeven met een dalende lijn. Bach laat Christus met macht en gezag spreken: ‘Wahrlich, ich sage euch…’ Hier spreekt niet de lijdende maar de triomferende Christus. Bach zet een streep onder ‘ganzen Welt’: het verhaal over Maria zal de hele wereld overgaan.

9. Du lieber Heiland du (recitatief, alt)

Een juweel van een recitatief. De klacht wordt tweestemmig door fluiten begeleid. De stortvloed van tranen (‘Tränenflüssen’) is consequent door het pizzicato van de strijkers weergegeven. De alt zingt een dalende lijn bij ‘auf dein Haupt zu giessen’.

10. ‘Buß und Reu’ (aria, alt)

Een alt-aria waarin Bach een diep en waarachtig berouw laat klinken. Tranen biggelen over de wangen van de boetvaardige zondaar; ze verbrijzelen het hart en vallen op de aarde neer. Onder ‘daß die Tropfen meiner Zähren’ plaats Bach staccato noten – met een neerwaartse beweging.

11. Da ging hin der Zwölfen einer (Evangelist)

In dit recitatief klinkt de haast van Judas door: hij wil Jezus verraden en is benieuwd hoeveel de Hogepriester hem daarvoor wil geven. Ze bieden dertig zilverlingen. De rust waarmee Judas vervolgens naar een gelegenheid zoekt om Jezus te verraden, contrasteert met de haast en onrust van daarvoor. Het verraad contrasteert eveneens sterk met het berouw uit de voorgaande aria.

12. Blute nur, du liebes Herz! (aria, sopraan)

Op tere wijze betuigt de sopraan in deze korte aria haar liefde – na een wrang slot volgt een da capo om andermaaal haar liefde uit te zingen. Een van de kinderen (Judas) is tot een slang geworden – de moeder van Judas is om die reden beklagenswaardig. Een slang geworden (‘es ist zur Schlange worden’) beeldt Bach zeer intens uit met een ongewoon lange noot.

13. Aber am ersten Tagen der süßen Brot (evangelist)

Bach geeft alle omstanders een andere stem en klankkleur; zo klinken de leerlingen, joden en vrouwen allen verschillend. Het is duidelijk dat de discipelen leerlingen zijn; Jezus wordt letterlijk boven hen geplaatst.

14. Wo willst du (koor)

Hier klinkt volgens de 19e-eeuwse Duitse muscioloog Philipp Spitta ‘deemoedige toewijding met een zweem van plechtigheid’. De eerste twee keer ‘Wo’ (waar) worden gevolgd door een rust, de discipelen klinken vervolgens ongelijktijd en onrustig.

15. Er sprach (evangelist)

Sober vertolkt Bach Jezus’ mededeling dat een van de leerlingen Hem zal verraden. Het klinkt dramatisch; dat wordt versterkt door de chromatiek (chromatiek = drama). Vervolgens klinkt 11x ‘Bin ich’s’ (3x sopraan, 3x alt, 3x tenor, 2x bas) – Bach laat Judas achterwege. Hij weet dat hij Jezus spoedig zal verraden.

16. Ich bin’s (koraal)

Een deemoedig koraal (‘Ik ben het, ik moest boeten, aan handen en aan voeten, gebonden in de hel!’) als reactie op Christus’ mededeling dat een van hen Hem zal verraden. De fluiten zwijgen: hier past geen lieflijkheid.

17. Er antwortete und sprache (evangelist, Judas, Jezus)

Judas zal Jezus verraden. Hier laat Bach Judas wél de vraag stellen, zij het gehaast: ‘Bin ich’s, Rabbi?’ Daarop klinkt het aangrijpende antwoord van Jezus: ‘Du sagest’s.’ Aangrijpend is de korte dalende lijn die erop valt. Als Jezus het avondmaal instelt laat Bach dat gepaard met gewijde en souvereine klanken. Hier spreekt niet alleen de lijdende Knecht des Heeren, maar ook Christus Kurios.

18. Wiewohl mein Herz in Tränen schwimmt (recitatief, sopraan)

Een meditiatief recitatief waarin overgave wordt uitgedrukt. Hoewel mijn hart afscheid neemt van Jezus, verheug ik mij op Zijn testament. In de noten klinkt liefde, bewogenheid, tederheid door. Prachtig rustig slot.

19. Ich will dir mein Herze schenken (aria, sopraan)

Een der schoonste aria’s uit de Matthäus. Komt het door de tere maar zekere verklanking van de overgave, de intense klanken van de begeleidende oboe d’amore? Opvallend dat er twee hobo’s aan te pas komen: in een eenparig duet wordt de vereniging tussen Christus en de ziel gesymboliseerd. Prachtig hoe het ‘schenken’ gestalte krijgt: hier geeft iemand zich helemaal over.

20. Und da sie den Lobgesang gesprochen hatten (evangelist, Jesus)

Moe, zwaar, beslist gaat het evangelieverhaal verder. Christus gaat metZijn leerlingen naar buiten (‘gingen sie hinaus an den Oelberg’). Een stijgend serie noten: in het lijden zal de Messias worden verhoogd. Jullie, zegt Christus tegen Zijn leerlingen, zullen je aan Mij ergeren. De schapen zullen verstrooid worden – de leerlingen zullen alle kanten opvliegen. Met een paar strijkbewegingen weet Bach dit treffend te illustreren. Dat Jezus zal opstaan wordt door brede (orgel)tonen onderstreept. Christus zál Zijn jongeren voorgaan naar Galilea, dat is hier al zeker.

21. Erkenne mich, mein Hüter (Choral)

In de Matthaüs komen vijf koralen voor met deze melodie (‘Herzlich tut mich verlangen’, Hans Leo Hassler, 1611). Telkens in een andere toonsoort (Es-dur, D-dur, F-dur en C-dur); hier in E-dur. Een prachtig passielied. Hij die aan het eind der tijden zal oordelen is zowel de Hoeder (‘Hüter’, ps. 121) als de Herder (‘Hirte’). De gemeente bidt ootmoedig door Hem aangenomen te worden.

22.Petrus aber antwortete, und sprach zu Ihm (evangelist)

Petrus weet het zeker: hij zal niet aan Christus geërgerd worden. Christus voorspelt echter Petrus’ val: eer de haan gekraaid zal hebben, zal je Mij verloochend hebben. Bach heeft geprobeerd de haan uit te beelden. De woorden van Christus klinken zwaar en ernstig.

23. Ich will hier bei dir stehen (Choral)

Het tweede koraal op de melodie van Hassler. De fluiten zwijgen – de hobo’s steken schril af. De gemeente klinkt deemoedig en standvastig – net als Petrus niet van plan Christus in de steek te laten. In vergelijking met het vorige koraal (21) ontbreekt hier bevlogenheid; misschien een reactie op de waarschuwende woorden van Christus?

24. Da kam Jesus mit ihnen zu einem Hofe (evangelist)

Langzaam betreden we heilige grond: we komen in de hof der olijven. Lijden, verdriet en dood liggen op de loer. Let op de accenten die vallen op ‘bete’, ‘trauern’, ‘meine Seele is betrübt’ en ‘wachet bei mir’. Huiveringwekkend klinkt het ‘Tod’. Bach wist er alles van, hij leed in zijn leven diverse verlieezn. Er klinkt een diepe angst en angstaanjagende verlatenheid in de stem van Christus door.

25. O Schmerz (recitiatief)

Werkelijk schitterend hoe tenor en koor elkaar afwisselen. De tenor klinkt ernstig, bewogen, gespannen. Het koor, de gemeente, klinkt berustend, objectief. Hier zijn ooggetuigen van een drama aan het woord, ondersteund door een onrustig continuo en tragische fluiten en hobo’s.

26. Ich will bei meinem Jesu wachten (tenor aria)

Het thema klinkt als een waaksignaal – wakker blijven! Op de achtergrond klinkt in de muziek het slapen door; als ware het een wiegenlied. Toch is de gemeente stelllig: zij willen en zullen met Christus waken. Er is sprake van beurtzang, maar ook de partijen wisselen elkaar af (let op actie en reactie van de verschillende partijen.

27. Und ging hin ein wenig (recitatief)

Hier klinkt het bittere lijden van Christus is de Hof der Olijven. Het ‘betete’ (bidden van Christus) krijgt veel nadruk: een lange noot, het illustreert het intense en aanhoudende gebed van Christus. Christus berust in Gods wil: niet wat Ik wil, maar Uw wil geschiedde (‘sondern wie Du willst’, let op de lange eerste noot van ‘sondern’).

28. Der Heiland fällt vor seinem Vater nieder (recitatief)

Prachtig hoe Bach het ‘fällt nieder’ illustreert: in de partituur zie je Christus neervallen (viool & alt). De melodie bereikt een toppunt op o.a. ‘Heyland’, ‘Vater’, ‘Gnade’,  ‘Kelch’. Het slot is warm en innig: Christus wijdt zich in liefde aan de wil van Zijn Vader.

29. Gerne will ich mich bequemen (aria)

Een bewogen aria, breed en plechtig. Wie heeft nooit voor grote moeilijkheden gestaan en wilde liever vluchten, maar ging er desondanks door? De brede klanken van de violen onderstrepen het plechtige voornemen van de gelovigen om – in navolging van Christus – het kruis op te nemen. Het ‘Gerne’ krijgt een opvallend accent: het wordt direct herhaald.

30. Und er kam zu seinen Jüngern (recitiatief)

Ontstellend reageert Jezus op het feit dat Zijn lievelingen Hem in de steek laten in dit bange uur. Jezus’ liefste leerlingen blijken niet in staat een uur met Hem te waken (accent op ‘Stunde’ en ‘wachen’). Na de constatering dat de geest wel gewillig is, klinkt er berusting: ‘Ich drinke denn.’ Dit is Jezus’ aanvaarding van de lijdensbeker, onderstreept door een lang slotakkoord.