Een weg tussen regelzucht en regelloosheid

Niet regels houden een samenleving draaiende, maar mensen. Inzage in dossiers en actieve participatie kan ten goede komen aan het herstel van vertrouwen van burgers in instituties. Misschien tijd om eens voorzichtig te experimenteren met een derde weg, betogen Aloys van der Stoep en Hans Alderliesten.

Hoogleraar Bestuurskunde Paul Frissen (Universiteit van Tilburg) neemt al jarenlang met genoegen de regeldrift van instanties op de korrel. Leiders bedoelen het goed, meent hij, ze willen de burger die onder hun verantwoordelijkheid valt bescherming bieden. Niet alleen burgers, ook gestrande potvissen. Niets mag aan het toeval worden overgelaten, opdat een uit de bocht gevlogen bejaarde e-biker en een gestrande potvis de optimale zorg ontvangen, conform ‘Protocol Uit de bocht gevlogen bejaarden’ en ‘Protocol Gestrande potvissen’. Het leven, de werkelijkheid, is echter ongrijpbaar grillig en verrassend, is Frissens boodschap aan de politiek.

Frissen vindt de politiek tegenover zich. De samenleving moet gesmeerd draaien, en regels zijn de smeerolie (zo wordt wel gedacht). De zwakkere moet onder de paraplu van de wet bescherming krijgen tegen de sterkere. Die Frissen moet ongeschonden het zebrapad bij zijn universiteit kunnen oversteken, en regels garanderen zijn veiligheid. ‘Veiligheid in het verkeer is een samenspel van weggebruikers; bij het oversteken denk ik niet aan artikel 2bisE, de automobilist die voor me stopt evenmin’, zo zou Frissen kunnen denken.

De klassieke bestuurspartijen, zoals PvdA en CDA, stellen zich traditiegetrouw in het midden op. Eerst de mens en dan de regels, klinkt het dan. Geen potvis. De bloeding van de bejaarde die onder z’n e-bike ligt te kreunen op de grens van twee gemeentes dient meteen te worden gestelpt, en later vechten ambtenaren het maar uit of de ambulancedienst van gemeente A dan wel gemeente B had moeten uitrukken. De vraag is hoe lang het duurt voordat er een besluit wordt genomen, want die arme bejaarde heeft dringend hulp nodig. En dus moet artikel 2bisE van het Protocol Uitrukken luiden dat voor een bloeding op de grensweg ambulancedienst A en voor een bloeding in het weiland van boer Biet ambulancedienst B moet komen.

Jeugdbescherming

Gemakkelijk scoren met een bloedende e-biker in het weiland van boer Biet? Laten we dan overstappen op de zaak van een burger versus Jeugdbescherming West waarin de Raad van State op 27 april uitspraak deed. Een zaak met een intrieste achtergrond, waar eerder in de media aandacht voor is geweest.

In het kort. In 2009 beschuldigde een Amerikaanse vader de Nederlandse moeder van zijn drie kinderen van stelselmatige mishandeling bij Jeugdbescherming West. Voordat de instantie in actie kon komen, ontvoerde hij de kinderen naar de VS. Een dag nadien riep Jeugdbescherming de volkomen ontredderde moeder op. Om haar hulp aan te bieden? Nee, om haar onder druk te zetten: ,,Beken het maar.” Enige uren later pleegde de vrouw suïcide. Het contact van de kinderen met het Nederlandse thuisfront ging verloren.

Waarom boog de Raad van State zich zeven jaar na de ontvoering over deze zaak? De familie vroeg opening van het dossier om te doen wat Jeugdbescherming al die tijd naliet, namelijk iets voor de ontvoerde kinderen te doen. Maar daarvoor moet ze weten wat Jeugdbescherming zoal aan autoriteiten in de VS doorgaf. Jeugdbescherming houdt het dossier potdicht: ‘Opening van het dossier brengt de privacy van vader en kinderen in gevaar.’ De Raad ging met dit argument mee.

Onwil

De Raad van State bekijkt een zaak juridisch, ethische aspecten blijven buiten beschouwing. Voor de ethiek moeten we bij Jeugdbescherming zijn. Eerst de mens en dan de regel, bepleit het CDA. De familie vecht tegen een instantie die de regels boven de mens stelt. Waar zoals hier kennelijke onwil in het spel is, helpt noch het medicijn van Frissen (minder regels) noch dat van het CDA (eerst de mens). ‘Indien Jeugdbescherming dossiers moet openen voor de betrokken burgers, kunnen we niet werken’, betoogde de instantie voor de raadsheren. Precies hier zit de pijn van de burger: almachtige overheidsinstanties die over zijn hoofd heen beslissingen nemen die hem raken.

Sinds kort heeft die burger het recht zijn medische dossier in te zien. Indien dat recht wordt uitgebreid naar elk dossier over hem – uitgezonderd een AIVD-dossier − zou dat dan de fricties tussen burger en overheid beperken? Of zouden met deze derde weg de fricties juist toenemen, met een ongewenst groter beroep op het justitiële apparaat ten gevolge? Misschien eens voorzichtig experimenteren met de derde weg? De weg van de gemeenschap, tussen overheid en burger in, die van gehoord worden, inspraak hebben, belangenafweging en zorgvuldigheid. Waar rechten en plichten met elkaar in balans zijn, maar waar niet regels boven mensen (of dieren) prevaleren, maar waar wetgeving een weerslag is van de moraal en het maatschappelijke discours. Niet regels houden een samenleving draaiende, maar mensen. Een van de sleutels voor het herstel van het vertrouwen van burgers in de overheid moet hierin gezocht worden.

In: FD, 15 juni 2016, p. 12