Een opvoedkundige kans [De Problemist 75/6]

In: De Problemist, officieel orgaan van de KvD, jaargang 75, no. 6, p. 193-194

Vrijheid heft niet alleen problemen op, ze kan ook problemen veroorzaken. ‘Teveel’ is zelden goed, zo ook met vrijheid. Als ik alles mag doen, zeggen en nalaten wat ik wens, treed ik daarmee onherroepelijk in het domein van de ander. Nu is de vraag gerechtvaardigd in hoeverre een compositie vrijheid verschaft. Is er sprake van keuzevrijheid? Welke mogelijkheden zijn er? En is er zoiets als vrijwillige gebondenheid? Of hebben we te maken met dichtgetimmerde zekerheden en de ijzeren wetten van het spel? Paradoxaal genoeg is er zonder wet geen vrijheid, want wetteloosheid kan moeilijk uitgelegd worden als vrijheid.

Begrenzing lijkt dus noodzakelijk. Het is een klassiek thema onder filosofen, de balans tussen vrijheid en orde (mijn vorige bijdrage ging er ook over). Mag je iemand dwingen iets te doen? Waarom is de overheid gerechtigd belastingen op te leggen? Wie bepaalt eigenlijk dat iemand wilsonbekwaam is? De overheid ziet graag dat de onderdanen zich op een bepaalde manier gedragen: ze doen voor een bepaalde datum belastingaangifte, rijden op weg Y niet harder dan X en sturen hun kinderen naar school. Ook een docent voor de klas heeft zo zijn opvatting over het juiste. Propjes schieten is leuk, maar verstoort de les. Als iemand spreekt, zijn de anderen stil, dat soort dingen, daar worden kinderen op kinderdagverblijven al op getraind. Iedereen houdt er een opvatting op na hoe zijn buurt zou moeten worden ingericht: drempel A is te hoog, wandelpad B bevat hinderlijke gaten en prullenbak C wordt zelden geleegd. Kortom: we weten het bést. Ook klassiek is de stelling dat het met ons, de Nederlander, wel goed gaat, maar met Nederland in het geheel niet. Het ligt altijd aan de buurman. Als hij nou eens dit, of als dat bedrijf daar zus, enzovoorts. Het verbeteren van de wereld lijkt te beginnen bij een ander.

Voor een deelnemer aan de selectiedagen geldt dit alles niet – en dat is een verademing. Persoonlijk uitgenodigd om deel te nemen aan de Centrale Aspiranten Training (CAT) of Centrale Junioren Training (CJT), zittend in een lokaal met circa 30 medestudenten, wachtend op wat komen gaat. Wat volgt is een eenvoudig uitziend stencil, ’12 diagrammen eindspel’, vergezeld van een tijdslimiet. Een uur en 10 minuten. 70 minuten dus. Moet te doen zijn, 70 delen door 12 diagrammen, dat betekent bijna 6 minuten per diagram. Ga er maar aan staan: diagram 1, diagram 2 en diagram 3. Dat deze drie diagrammen je al in beslag kunnen nemen! Weinig middelen, veel impact. Gebonden aan de conventies van het spel, geconfronteerd met de weinige keuzemogelijkheden, maar met de complicerende factor dat snelheid en correctheid zelden een goed huwelijk zijn.

En dat is waar Amitai Etzioni, een van mijn favoriete filosofen, de vinger bij legt. Hij heeft met The New Golden Rule een weg proberen te banen tussen liberalisme en socialisme, tussen markt en individu. Wie mijn vorige bijdrage las, weet waarom het mij aanspreekt. Zoek het nou niet bij de overheid (want dat leidt tot overregulering, gebondenheid en monopolie op deugd), niet bij het individu (want voor je het weet beland je in een anarchie, een meedogenloos relativisme en gaat het nooit meer over deugden), maar bij de gemeenschap, dat is wat Etzioni stelt. Eendracht maakt macht. In gemeenschappen ligt een grote kracht verscholen waar de samenleving bij gebaat is. Dat betekent dat we moeten investeren in de plurale samenleving: de gemeenschap van gemeenschappen. Alles doet er toe, iedereen mag er zijn, de stem van de gemeenschap is doorslaggevend. Het klinkt aantrekkelijk voor wie wars is van elite, hetzij aristocraten, hetzij ongekwalificeerde plebs. U begrijpt, ik chargeer. Met opzet.  Toch zul je Etzioni horen pleiten voor juryrechtspraak (tussen haakjes: onderzoeken wijzen uit dat de straffen noch hoger noch lager uitvallen), debattraining op scholen en het creëren van gemeenschappelijke ruimtes waar mensen elkaar kunnen ontmoeten (variërend van een speeltuin tot brede trottoirs).  Ik vind het een boeiende filosofie.

Wat dat met diagram 4 te maken heeft? Het lijkt erop alsof de witspeler op 4 velden kan promoveren. Dat lijkt niet alleen zo, dat is ook zo. De zwartspeler heeft minder mogelijkheden, 2 wel te verstaan. Kan de witspeler de zwartspeler dwingen een bepaalde route te kiezen? Ja, dat kan! Maar dat kan maar op een manier. Zie daar de beperking. In het woud van mogelijkheden moet gezocht worden naar de ene juiste afwikkeling. Problemisten en oplossers houden zich in ultimo bezig met het thema orde en autonomie. En kijk eens: 13 (30) 8 (34) 2 (40) 35 (45*) 19 (50) 5 w+

Een ander interessant aspect aan de discussie over de verhouding tussen orde en autonomie is die van belonen en straffen. Zijn hogere straffen, waar een luide lobby voor wordt gevoerd, effectiever? Zijn straffen überhaupt effectief? Of moeten we het aan de andere kant zoeken in rehabilitatie en heropvoeding? Negeren of doorpakken? Een snelle conclusie zou kunnen zijn dat ook hier de klassieke tegenstelling links / rechts en liberalisme / socialisme opspeelt. Etzioni zou zeggen: zoek het nou niet teveel in de straf, noch in de dader, maar leg het in de gemeenschap. Daarover: ‘Overtredingen kunnen het best als opvoedkundige kansen beschouwd worden in plaats van ze te negeren of alleen te bestraffen.’ Het uitvoeren van nuttige taakstraffen in de eigen leefomgeving, dat zou nog wel eens effectief kunnen zijn.

Of de zwartspeler van diagram 5 daar ook zo over denkt, valt te betwijfelen. Welke route zwart ook kiest, hij krijgt een tik om zijn oren. Goed bedoeld, maar soms ook met harde hand. Het is wel zaak dat wit de juiste winst vindt. Zo wint 39 niet, ofschoon er wel een winst in lijkt te zitten (42) 22 (48) 28 (42) 271, 37! Wie scherp ziet, voelt aan dat hier sprake is van self fulling prophecy. We lezen wat we willen lezen, we zien wat we willen zien. Maar zwart is allerminst genoodzaakt om 48-42 te spelen. 39 is dus niet correct, 14 daarentegen wel. De schoonste variant: (33) 32 (42) 28! Dan de weg van inkeer en repatriëring: (32) 37 (21) 16 (43) 31 w+

Zonder wet geen vrijheid, schreef ik. In de taal van diagram 6: binnen het kader kunnen er keuzes worden gemaakt. Maar achteraf blijkt dat er weinig te kiezen valt. Ik weet nog dat ik tijdens de CAT er behoorlijk op heb zitten zweten. Het zou zelfs kunnen dat ik er een gamechanger in zag: klopt het diagram wel of moet ik de compositie eerst kloppend maken? Voor de CAT-trainers een genoeglijk moment, opvoeden is niet uitsluitend het wat aanleren, maar vooral ook het waarom der dingen.

Bronnen

  • The New Golden Rule, Amitai Etzioni (1996)
  • Stencil CAT Selectiedag 3 november 2001