De vakantie in met Augustinus

Klaag niet over de tijden want de tijden, dat zijn wij

CW Opinie, jaargang 66 nummer 12, p. 24

De vakantie is bij uitstek een tijd om een stapje terug te doen en na te denken over hoe wij in onze tijd staan. Augustinus kan ons daar met een paar verrassende inzichten bij helpen.

Er is een tijd om… vakantie te vieren. Het zou niet misstaan in het bekende rijtje van Salomo in Prediker 3. Er is een tijd om te huilen, een tijd om te werken en er is een tijd om vakantie te vieren. Nu is vakantie niet meer wat het is geweest. Ooit waren er de klassieke twee weken zomervakantie. Nog verder terug in de tijd waren er de dagjes uit naar de Veluwe.

Maar in de 21e eeuw hebben we door het hele jaar heen allerlei vakanties, geen bestemming is te ver. Daarin jutten we elkaar op: waar ben jij in de meivakantie geweest? En ga je in het najaar de zon opzoeken?

Het woord vakantie komt van het Latijnse vacantia, dat zoveel als ‘vrij van’ betekent. Het is verwant aan vacare, dat wijden betekent. Bij het woord wijden zou een belletje kunnen gaan rinkelen: heeft vakantie ook een religieuze component? In die zin misschien, dat het een tijd is om iets anders te doen. Een tijd, die anders is dan de andere tijden. Afzonderen, apart zetten, doen wat kan in plaats van doen wat moet.

Stapje terug

De vakantie is bij uitstek geschikt om je te verdiepen in denkers uit het verleden. Wat zij schreven, kan verdieping geven, juist in een veeleisende en jachtige tijd als de onze. Een stapje terug doen om de dingen in het juiste verband te zien en na te denken over onze bestemming.

Wie deze zomer meer wil leren over waarheid, vriendschap of de tijd, kan bij Augustinus terecht. Zijn Belijdenissen (Confessiones) en De Stad van God (De Civitate Dei) zullen je niet onberoerd laten.

Augustinus zal ons niet onbekend in de oren klinken – maar wat weet een gemiddelde lezer van hem? Misschien kennen we hem van zijn Belijdenissen, de eerste echte autobiografie – en dan vooral van de uitroep ‘Onrustig is ons hart, tot het rust vindt in U, o God!’. Meer ingewijde lezers kennen Augustinus’ onderscheid tussen ‘genieten om’ en ‘genieten van’, en zijn argumentatie waarom een oorlog soms gerechtvaardigd is. Nuttige inzichten waar we nog steeds wat mee kunnen.

Tijd is geld

In Augustinus oeuvre komt regelmatig het woord ‘tijd’ naar voren. Tijd is een belangrijke factor in onze cultuur. De school begint op tijd, treinen rijden volgens een vaste dienstregeling, voor een consult bij de arts is een (beperkt) aantal minuten ingeroosterd. Voor je het weet wordt het begrip tijd met economische termen omgeven: tijd is geld, tijd kosten, tijd besparen. Opvallend is dat in het westen tijd in het kader van kosten staat, terwijl in het oosten het als mogelijkheid wordt gezien. Veel spreekwoorden gaan over tijd. Komt tijd, komt raad. Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Bij de tijd zijn.

De tijd doet er toe. Maar op de een of andere manier worstelen we er allemaal mee. De waan van de dag vreet onze tijd op zodat we tijd te kort hebben.

Ik stip twee aspecten aan in Augustinus’ gedachtegoed, die te maken hebben met de vakantie. In Belijdenissen staat Augustinus stil bij de Schepping. Als God de wereld heeft geschapen, heeft Hij ook de tijd geschapen. De tijd is tijdelijk, maar God is eeuwig. Maar wat is tijd precies?

Augustinus kan het maar moeilijk onder woorden brengen. ‘Als niemand het me vraagt, weet ik het, maar als ik antwoord moet geven [op de vraag wat tijd is], weet ik het niet meer.’ Er is geen verleden tijd, schrijft Augustinus, want die is voorbij. En er is geen toekomende tijd, want die is er nog niet. Er is alleen maar een nu, zo concludeert hij. De tijd, dat is nú.

Wat kunnen we daarvan leren? In de vakantieperiode kunnen we terugblikken op wat achter ons ligt. Hoe het anders had kunnen of moeten lopen. Of we kijken vooruit naar dat wat op ons ligt te wachten. We maken plannen voor 2019 en verder. Als je het verleden als een hangmat gebruikt, of je heil verwacht van dat wat nog komt, in beide gevallen zie je het nu over het hoofd. Het nu van Augustinus. Pluk de dag dus of, bevindelijker, benut het heden van genade.

Het valt mij op dat als we met elkaar over onze tijd praten, er al snel negatieve kwalificaties om de hoek komen kijken. We leven in een moeilijke tijd, wordt gezegd. Kijk maar om je heen: agressie in het verkeer, mensen kennen hun buren niet meer, de jeugd heeft alleen nog maar aandacht voor schermpjes. Er is onzekerheid op het politieke toneel, aanhoudende migratiestromen, opkomend populisme.

Verschil maken

Augustinus zou vragen: wat doen wij eraan? Hoe staan wij in onze tijd? In een beroemd citaat zegt hij: ‘Het zijn slechte tijden! Het zijn moeilijke tijden! Dat zeggen de mensen tenminste. Laten we liever goed leven, dan worden de tijden vanzelf goed. Wij zijn de tijden. Zoals wij zijn, zo zijn de tijden.’ Als dat niet een mooie aansporing voor in de vakantietijd is!

Het is een oproep om het verschil te maken, of dat nu op de camping, in het vliegtuig of in eigen tuin is. Want de tijd is niet hoe het journaal het voorstelt, maar wij zijn onze tijd. Wij kunnen het verschil maken.

Hoe? Door goed te leven? Wat dat is? Dat lijkt me een mooie vraag om in de vakantie over na te denken. Een goede vakantietijd toegewenst!