Bespreek belediging in nationaal debat

De belediging van de koning moet aanleiding zijn tot een nationaal debat, stelt Hans Alderliesten.

Deze week kondigde het openbaar ministerie aan dat het activist Abulkasim Al-Jaberi strafrechtelijk wilde vervolgen wegens majesteits­schennis. Dat leidde tot veel ophef. Veel bekende Nederlanders spraken zich met een beroep op de vrijheid van menings­uiting uit tegen de vervolging en onderstreepten dat door de gewraakte uitspraken op onder meer Twitter expliciet te herhalen (waarop voormalig VVD-Kamerlid Arend Jan Boekestijn op Twitter concludeerde dat een verbod op majesteitsschennis juist tot majesteitsschennis leidt). Daarop besloot het OM de vervolging voorlopig op te schorten.

Even zakt de moed je na een dergelijk gebeuren in de schoenen: zo komen we niet verder. Maar de ophef en de ontstane discussie bieden ook een mogelijkheid om het nu als natie eens echt over de wenselijkheid van dergelijke uitlatingen te gaan hebben. En wat mij betreft doen we dat niet bij de politierechter, maar hoort deze discussie thuis in het publieke debat.

Megaloog

De Amerikaanse filosoof Amitai Etzioni heeft discussies als deze ”megalogen” genoemd. In een enorm proces van praatjes op sociale media, in cafés, op schoolpleinen, bij de koffieautomaat op de werkplek en in de debatten op grotere schaal tijdens netwerkbijeenkomsten, congressen en talkshows vindt grootschalige meningsvorming plaats. Volgens hem kan een samenleving zo een morele dialoog met zichzelf aangaan die breed gedeelde waarden kan veranderen.

Eerdere voorbeelden hiervan zijn dialogen over de doodstraf, burgerrechten en emancipatie. Ophef heeft vaak met taboes te maken: seksualiteit, ziekte, dood, religie. Veel megalogen gaan over de verhouding tussen orde en autonomie – iets waar het ook in deze casus van majesteitsschennis om draait. Enerzijds is er de orde, de rechtsstaat, een bepaling in de strafwet, en anderzijds is er de samenleving, in alle verscheidenheid en creativiteit. Welke ruimte mogen kunstenaars en activisten innemen? Zijn er dingen die niet gezegd mogen worden? Zijn er boeken die niet gelezen mogen worden? Welke kritiek is (nog) aanvaardbaar?

Constructief

De redenering van de advocaat van Al-Jaberi volgt een bekend stramien: het is ‘maar’ een mening in het publieke debat, hij wilde een onderwerp aan de kaak stellen, het was op geen enkele manier een belediging. Ook in de zaak-Wilders kwamen dergelijke redeneringen voorbij.

Belediging moet echter niet worden verward met kritiek. Kritiek op het koningshuis is nog iets anders dan de koning beledigen, zoals Al-Jaberi en de graffiti­spuiters die het Paleis op de Dam besmeurden, wel degelijk lijken te hebben gedaan. Er zit in de gedane uitlating van Al-Jaberi namelijk geen constructief element. Dat is een belangrijk onderscheid tussen belediging en kritiek.

Vergelijk het met kritiek op religie. Ook die is voor zover constructief aanvaardbaar en zelfs toe te juichen. Bij de cartoons van Charlie Hebdo, het satirische Franse weekblad dat een afschuwelijke terreurdaad te verwerken kreeg, was daar geen sprake van. Het ging enkel om belachelijk maken. Je zou in die zin de vraag kunnen stellen of dat ook geen belediging was.

Moraal

Maar of het nu belediging of kritiek was, een verbod gaat te ver. De oplossing voor maatschappelijke problemen ligt niet in wetgeving, maar in moraal. Het stilleggen van een discussie of het de mond snoeren van een groep is geen oplossing. Daarmee wordt het maatschappelijk stigma versterkt.

Natuurlijk, wetsartikelen kunnen fungeren als grens, maar het leed is dan al geschied. Bovendien loopt wetgeving in westerse landen vaak achter op de moraal. Als de basis ontbreekt om dergelijke uitlatingen strafrechtelijk te kunnen vervolgen, komen we in een moreel vacuüm waarin alles goed is (en alles fout).

En dus moeten we de megaloog over moraal, principes en omgangsvormen aangaan. De pointe van de onderhavige casus is: de persoonlijke uitingsvrijheid is het dogma van de moderne mens. Ik mag alles zeggen, niemand maakt mij wat. Als ik iets vind, dan mag ik dat zeggen, behalve als het een oproep is tot geweld. Een dergelijke gedachtegang tref je vaak op social media aan.

De vraag is of dat zo is en of het niet onbarmhartig is. En er is ook nog zoiets als goed fatsoen, samengevat in de gulden regel: wat men zelf niet wil ondergaan, moet men ook een ander niet aandoen. Het betekent echter wel dat we het debat moeten durven aangaan.

Corrigeren

Als Al-Jaberi in het geheel niet meer wordt vervolgd, dan zou dat het begin kunnen betekenen van de afschaffing van het verbod op majesteitsschennis. Dat artikel wordt dan, in na­volging van het recent afgeschafte verbod op smalende godslastering, een dode letter. Maar tradities en symbolen die niet meer geladen zijn, gaan een wisse dood te­gemoet.

Daarom is het tijd om nu al het debat over de wenselijkheid van uitlatingen aan te gaan – niet bij de strafrechter, maar in het publieke debat. Het is de overtuiging van eerdergenoemde Etizioni, waar ik graag in meega, dat leden van een gemeenschap elkaar kunnen stimuleren en corrigeren. Maak het elkaar maar intellectueel moeilijk. Spreek je uit, leg je niet neer bij de zwijgende of schreeuwende meerderheid, heb het erover met je collega, op het schoolplein. Dan zijn er mogelijk velen die de uitlating van Al-Jaberi te ver vinden gaan.

De auteur werkt bij de Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond (HGJB) en is actief voor het CDA.