Artikel in Speling over Augustinus

Kerkvader Augustinus van Hippo (354-430) spreekt God op verschillende manieren aan. Het valt op dat hij zich regelmatig bedient van drie kenmerkende formuleringen. Met stip op een: Augustinus spreekt God aan als de Waarheid. Voor Augustinus is God wáár geworden en in God is uitsluitend en altijd waarheid te vinden. In zijn preken gebruikt hij het beeld van een arts of geneesheer, die op de juiste wijze met krankheden en wonden omgaat.

Minder vaak, maar zeker niet minder exemplarisch voor Augustinus’ omgang met God, is de aanhef ‘O Schoonheid’. Die komen we met name tegen in de Belijdenissen. Wat zeggen deze formuleringen over Augustinus’ geloofsbeleving? In hoeverre klinkt de Griekse filosofie hierin door? Is er een causaal verband met zijn levensgeschiedenis?

Op verzoek van de redactie van Speling, tijdschrift voor bezinning, eigentijdse spiritualiteit en mystiek, uitgegeven door het Titus Brandsma Instituut, schreef ik hierover.

Lees het artikel ‘Gods verborgen omgang bij Augustinus’.