Afscheidsspeech ALV CDA Gouda

ALV CDA Gouda, donderdag 22 juni 2023

Samen onderweg. Dat is een van de meest cruciale aspecten uit Augustinus’ denken. Het leven is tijdelijk, veranderingen horen erbij, niets blijft hetzelfde. Samen onderweg impliceert beweging: het betekent dat je ergens vandaan komt en ergens naar toe onderweg bent. Augustinus legt er keer op keer de nadruk op dat we samen onderweg zijn. Voortdurend verhouden we ons tot anderen, in het klein, maar ook in het groot. Het gezin is een samenleving in het klein waar we het samenleven oefenen, op school en op ons werk hebben we eveneens gezelschap. We zijn zelden alleen, net als Augustinus, altijd is de bisschop-filosoof omgeven door anderen. We vormen een mensengemeenschap, we hebben meer met elkaar gemeen dan we van elkaar verschillen.

De vraag is niet óf we onderweg zijn, maar hóe we onderweg zijn. Het leven kan alleen voorwaarts worden geleefd, de tijd schrijdt onherroepelijk voorwaarts, we hebben geen blijvende stad. We zullen Gouda dus ook moeten doorgeven, zoals we de stad ook van de generaties voor ons hebben aangereikt gekregen. Voor samenleven gebruikt Augustinus verschillende beelden: het beeld van een lichaam met unieke leden die onderling verbonden zijn en met elkaar samenwerken, een stad waarin mensen al dan niet harmonieus en vredig samenleven, een gezin dat uit verschillende leden bestaat met verschillende taken en verantwoordelijkheden of een schip, waarin bemanningsleden zich gezamenlijk inspannen vooruit te komen. Augustinus is ervan overtuigd dat eenheid, orde en rust cruciale onderdelen zijn om een samenleving te laten gedijen. Vanavond wil ik de metafoor van een schip gebruiken om terug te blikken op mijn periode als bestuursvoorzitter van de CDA-afdeling in ons goede Gouda.

Ook een schip is onderweg. Onderweg naar de veilige haven, varend of zeilend over de woeste baren van de zee. Over de haven, die Augustinus als inwoner van de havenstad Hippo waarschijnlijk goed kende, schrijft hij: ‘Een haven heeft aan een bepaalde kant een toegang. Als een haven geen ingang heeft, dan kan er geen enkel schip binnenvaren. Een haven moet dus ergens open zijn. Maar precies langs deze open zijde breekt soms de storm binnen. Ook al zijn er in een haven geen klippen, in een storm botsen de schepen toch tegen elkaar en slaan zij tegen elkaar kapot. Indien er zelfs in een haven geen veiligheid is, waar zal die dan wel te vinden zijn?’[1]

Ik werd lid van het CDA toen Jan Peter Balkenende net aan zijn laatste kabinet was begonnen (‘Samen werken, samen leven’). In de Kamer had het CDA 41 zetels, in de Goudse raad vijf zetels. In 2009 kwam ik in Gouda wonen en ik ervoer toen aan de lijve dat het bezoeken van een Algemene Leden Vergadering niet zonder gevaar is; binnen mum van tijd was ik bestuurslid. Het CDA had nog altijd een overtuigend verhaal, met nadruk op vrijheid en verantwoordelijkheid, maar er stak een storm op. Niet alleen een financiële crisis, maar ook interne strubbelingen zorgden ervoor dat het CDA in een vrije val terechtkwam.

Ik prijs me gelukkig dat in de achterliggende jaren er in onze afdeling geen hevige stormen zijn opgestoken. Wel hebben we met elkaar de gevolgen van ‘weeralarm code groen’ ervaren: meer dan eens hebben we ook hier in Gouda de gevolgen van landelijke ontwikkelingen ervaren. In gesprekken op de markt met potentiële kiezers, in opzeggingen van trouwe leden, in verkiezingsuitslagen.

De laatste verkiezingsuitslag[2] was ronduit teleurstellend. We verloren twee raadszetels. In de beeldvorming halveerden we, maar de berekeningen laten een florissanter beeld zien. Met berekeningen win je geen verkiezingen. Augustinus zou zeggen: geschilderd brood kan je niet eten. Hoe is het verlies te verklaren? Het is verleidelijk om naar Den Haag te wijzen, naar de partij en de poppetjes. Augustinus’ raadt aan om jezelf op het spel te zetten, radicale reflectie. In het evaluatierapport staan mooi zinnen over afnemend vrijwilligerspotentieel en de kracht van concurrenten; het eerlijke verhaal is: we hebben onze zeilen niet op orde. Zeilen kan je echter laten repareren of vervangen. Fundamenteler is dat we misschien wel niet meer dezelfde kant op varen. Dat we niet zomaar meer luisteren naar instructies. Dat een voorbijvarend speedbootje – of onderzeeër – aantrekkelijker is. Dat de rijke christendemocratische traditie geen vanzelfsprekendheid meer is. Het verhaal van nabijheid, vertrouwen en verantwoordelijkheid is overspoeld door populistische en digitale golven, maar misschien zijn we het signaal met de kust, met het thuisfront, verloren. Met achterblijvers die zich zorgen maken over hun boterham, over de Schepping, over de toekomst van hun kinderen.

Misschien waren we te druk met de foto van het bootje voor Instagram. Om Augustinus weer te citeren: maak je geen zorgen over het eten, maar bekommer je wel over degene die naast je zit. Hebben we elkaar nog in het oog? Volgens Augustinus laat succes zich afmeten aan de mate waarin individuen zich inzetten voor het collectief. Cor unum et anima una[3]: een van hart en een van ziel. Laten we elkaar nog in het hart kijken? Soms moet je nieuwe roeispanen aanschaffen. Veel belangrijker is het kompas. De koers. We zijn onderweg!

Het CDA is onderweg. En ook het CDA heeft te maken met stormen. Hoort dat trouwens niet bij de zee, een stevige storm op z’n tijd? Wij noemen het watermanagement, Augustinus noemt het kwetsbaarheid. Wij willen stormen liever voorkomen of in de kiem smoren, Augustinus gaat de storm aan – en erdoor heen. Augustinus is niet de man van de antwoorden, maar van de vragen. Van prikkelende vragen. Hoe veilig is onze haven? Naar welke haven zijn wij onderweg? Wie zitten er in ons bootje? Wie zitten er nóg in ons bootje? Hoe werken we met elkaar samen?

Er waren de afgelopen twaalf jaar vele hoogtepunten. Een inspirerende thema-avond in de Kleischuur, het bezoek van landelijke kopstukken, vrolijke campagneactiviteiten, gesprekken met collega-voorzitters, succesvolle collegeonderhandelingen. Ik heb ervan genoten. Bijzonder was de campagne en de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen in 2018: we wonnen een zetel, tegen de landelijke trend in. Een intensieve campagne van deur tot deur ging eraan vooraf. De ingrediënten? Actiebereidheid, betrokkenheid, communicatie. Een fantastisch team kandidaten, een bevlogen campagneteam, herkenbare standpunten, een groene golf in de stad en op het scherm, bijna alles klopte. Het kan nóg; bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen heeft de afdeling in Utrecht het opnieuw aangetoond.

Samen zijn we onderweg. Er was stilte vóór de storm en stilte ná de storm; in de auto, terug na Gouda, na dat indrukwekkende en pijnlijke congres in Arnhem. Het was een goede terugreis, niet omdat we dezelfde kleur stembrief omhoog hadden gehouden, maar omdat we elkaar op inhoud zochten. En vonden. In gesprek blijven, elkaar bevragen, een spiegel voorhouden en zelf in de spiegel kijken; volgens Augustinus niet te versmaden in de omgang met medereizigers.

Een nieuwe raadsperiode is aangebroken maar in het CDA kan je nooit op je lauweren rusten. Voorzichtig moet er nagedacht worden over kandidaten en campagne voor de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Dankbaar voor de twee zetels in de raad, maar er is ruimte voor groei, lijkt mij. Alleen roeien lijkt mij ook zo vermoeiend. Alleen kom je ver, samen kom je verder. Zij aan zij.

Ik stap vandaag niet uit de boot, wel laat ik het roer los. Ik zal blijven roeien en proberen de haven in het oog te houden. Graag zou ik bestuur, fractie, wethouder en afdeling enkele aanwijzingen willen meegeven: blijf de boot inspecteren, let niet teveel op de golven, houd koers, houd de haven in zicht, blijf elkaar vragen stellen, zij aan zij kunnen we de storm trotseren.

Dank dat ik uw voorzitter mocht zijn, ik heb dat als een groot voorrecht ervaren.

Er is een tijd om op te bouwen en een tijd om af te breken. Er is een tijd om achterom te kijken en een tijd om vooruit te kijken. Nog eenmaal – voor het laatst – een woord van mijn beste vriend: ‘Het zijn slechte tijden. Het zijn moeilijke tijden. Dat zeggen de mensen tenminste. Laten we liever goed leven, dan worden de tijden vanzelf goed. Wij zijn de tijden. Zoals wij zijn, zo zijn de tijden.’[4]

Dank voor uw aandacht.

 

[1] Sermo over Psalm 99 (100), 10

[2] Gemeenteraadsverkiezingen 2022

[3] Praeceptum I, 2

[4] Sermo 80,8